10. Inzicht

Ik: ‘Jeffrey, waarom ben je niet aan het werk? Je rekenen moet af.’

Leerling: ‘Meester ik heb geen zin om het te maken, mag ik het overslaan?

Ik: ‘Nee, ik wil graag dat je dit afmaakt. De toets is volgende week en het is belangrijk dat je hiermee oefent.’

Leerling: ‘Maar ik ben zo moe, ik heb niet lekker geslapen. En ik heb vorige week ook heel goed geoefend met rekenen. Kan ik het alsjeblieft voor één keer overslaan?

Ik: ‘Nee, ik wil nu dat je aan de slag gaat.’

De leerling gaat aan de slag, met een grote frons op zijn gezicht. Ik ben blij dat het kind aan het werk gaat en dat hij naar mij luistert.

 

Dit is een situatie die ik bijna dagelijks in de klas tegenkom. Een kind wil iets niet doen, maar ik wil wél dat het gebeurt. Er volgt een discussie waarin beide partijen proberen hun gelijk te krijgen, waarbij een ‘goede leraar’ genoeg autoriteit heeft over het kind om hem / haar aan het werk te krijgen. In de laatste schoolweek van dit jaar, landde er een kwartje bij mij: ik voer deze gesprekken ook met mijzelf, in mijn eigen hoofd.

De ‘leraar’ in mijn hoofd is streng en kijkt naar het grote plaatje. Hij is gedisciplineerd en weet wat op de lange termijn goed is voor de ontwikkeling van de leerling. Hij wil de leerling bewegen richting ontwikkeling. De ‘leerling’ wil graag zacht behandeld worden, is lief voor zichzelf en houdt van comfort: wil uitslapen, series kijken en twintig Oreokoekjes achter elkaar opeten.

De leraar en leerling zijn continu met elkaar in onderhandeling, waarbij de leraar oordelend is over de leerling, en waar de leerling het eigenlijk heel zwaar heeft met wat de leraar van hem wil.

Mannen als David Goggins zeggen dat de altijd naar de ‘leraar’ in jezelf moet luisteren en dat je anders een kleine bitch bent, maar dat geloof ik niet. De twee zijn beide imperfect: wanneer je altijd naar de leraar zou luisteren, kom je nooit meer tot rust. Dan verandert de relatie met jezelf in een dictatuur. Wanneer je altijd naar de leerling luistert krijg je niks meer gedaan. Je wordt dan een slachtoffer van de omstandigheden.

Als je in deze dynamiek zit wordt er altijd één teleurgesteld en één tevreden, net zoals in de klas. Maar wat nou als het antwoord niet, zoals David Goggins zegt, in het altijd luisteren naar de leraar (of de leerling) zit, maar in het bewust worden van dit innerlijke gesprek en het te observeren, zonder oordeel?

Misschien is dat wel de grootste les die ik dit jaar heb geleerd. Niet dat ik strenger of liever voor mijzelf moet zijn, maar dat ik moet leren luisteren naar beide stemmen zonder dat één van de twee altijd hoeft te winnen. De leraar in mij probeert mij te beschermen tegen spijt in de toekomst. De leerling probeert mij te beschermen tegen uitputting in het heden. Beiden willen uiteindelijk hetzelfde: dat het goed met mij gaat. Alleen spreken ze een andere taal.